Het warmtetarief voor ruim 400.000 huishoudens in Nederland gaat definitief los van de gasprijs. Met de komst van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) verdwijnt het systeem waarin het warmtetarief automatisch meebeweegt met schommelingen in de gasprijs. Voor iedereen die is aangesloten op stadsverwarming of een ander warmtenet is dit een ingrijpende verandering.

Waarom het warmtetarief tot nu toe aan gas was gekoppeld
Sinds de invoering van de Warmtewet bepaalt het zogeheten ‘niet-meer-dan-anders’-principe (NMDA) wat warmteleveranciers maximaal mogen vragen. Het idee erachter: een consument op een warmtenet mag niet meer betalen dan iemand die zijn huis met een gasketel verwarmt. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) berekent daarom elk jaar een maximumtarief dat is afgeleid van de actuele gasprijs.
In de praktijk leidt dit tot vreemde situaties. Stijgt de gasprijs fors, dan gaat het warmtetarief automatisch mee omhoog, ook al heeft de warmteleverancier niets met aardgas te maken. Denk aan warmtenetten die draaien op restwarmte van industrie, geothermie of biomassa. Andersom kan een lage gasprijs warmteleveranciers in de knel brengen als hun eigen productiekosten hoger liggen. Volgens Milieu Centraal is stadsverwarming een duurzaam alternatief voor gas, maar de koppeling aan de gasprijs maakte het systeem steeds moeilijker houdbaar.
Nieuw systeem: je betaalt de werkelijke kosten
De Wcw vervangt het NMDA-principe door kostengebaseerde tarieven. Warmteleveranciers mogen straks alleen kosten doorberekenen die ze daadwerkelijk maken. Dat gaat om aanleg en onderhoud van het net, de warmtebron, transport en een redelijk rendement. De ACM blijft toezicht houden en krijgt meer instrumenten om excessieve tarieven te voorkomen.
Vereniging Eigen Huis noemt de loskoppeling een positieve stap, maar plaatst ook kanttekeningen. Niet elk warmtenet is even efficiënt. Bij sommige netten liggen de werkelijke kosten hoger dan het huidige maximumtarief, wat kan betekenen dat je straks meer betaalt. Bij netten die gebruik maken van goedkope restwarmte kan het juist voordeliger uitpakken.
De overgang naar het nieuwe systeem gebeurt niet van de ene op de andere dag. Er komt een transitieperiode waarin leveranciers hun tarieven geleidelijk aanpassen. Tijdens die periode houdt de ACM extra scherp toezicht om onverwachte prijsschokken te voorkomen.
Wie krijgt hiermee te maken?
In Nederland zijn zo’n 400.000 huishoudens aangesloten op een warmtenet. Dat zijn vooral bewoners van nieuwbouwwijken en appartementen in grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Als je een warmtenet-aansluiting hebt, kun je niet zomaar overstappen naar een andere leverancier. Dat maakt het extra belangrijk dat de tarieven eerlijk en transparant zijn.
Met de nieuwe wet krijgt de ACM meer bevoegdheden om in te grijpen bij onredelijke tarieven. Dat is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waarin consumenten op een warmtenet weinig keuze hadden. Tegelijk blijft de vraag of de wet voldoende bescherming biedt in wijken waar maar één leverancier actief is.
Wat betekent dit voor jou?
Zit je op een warmtenet, dan is het verstandig om je jaarafrekening goed in de gaten te houden de komende jaren. De overstap naar kostengebaseerde tarieven kan per warmtenet heel verschillend uitpakken. Woon je in een wijk met een modern, efficiënt net? Dan is de kans groot dat je tarief gelijk blijft of daalt. Is jouw warmtenet ouder of minder efficiënt? Dan kan het duurder worden. Vraag bij je warmteleverancier na welke warmtebron wordt gebruikt en hoe de kostenopbouw eruitziet. Op de website van de Rijksoverheid vind je meer informatie over de nieuwe regels rond warmtenetten.