Thuisbatterij: wat levert het écht op?

De thuisbatterij wint aan populariteit, maar de opbrengst valt vaak tegen. Bekijk de nuchtere cijfers over besparing en terugverdientijd.

De thuisbatterij opbrengst blijkt in de praktijk vaak lager dan verwacht. Dat is de conclusie uit meerdere recente onderzoeken en analyses. Nu steeds meer huiseigenaren een batterij overwegen als voorbereiding op het einde van de salderingsregeling, is het zaak om nuchter naar de cijfers te kijken. Wat levert zo’n batterij werkelijk op, en wanneer is de investering de moeite waard?

Thuisbatterij opbrengst: een thuisbatterij aan de muur van een woning met zonnepanelen

Wat is de werkelijke thuisbatterij opbrengst?

Uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt dat een thuisbatterij het eigen verbruik van zonnestroom met gemiddeld 30 procent verhoogt. Zonder batterij verbruikt een doorsnee huishouden slechts 25 tot 35 procent van de opgewekte stroom zelf. De rest gaat terug naar het net. Met een thuisbatterij kan het eigen verbruik oplopen tot 55 à 65 procent.

Financieel gezien is de besparing bescheidener dan veel kopers verwachten. Radar (AVROTROS) onderzocht de opbrengst van thuisbatterijen en laat zien dat de jaarlijkse besparing voor een gemiddeld huishouden met zonnepanelen en een batterij van 5 kWh uitkomt op 300 tot 500 euro. Een thuisbatterij met die capaciteit kost momenteel tussen de 4.000 en 6.000 euro, inclusief installatie. Grotere modellen van 10 kWh of meer lopen op tot 8.000 euro of hoger. De terugverdientijd komt daarmee uit op 8 tot 15 jaar.

Verwachtingen vaak te hoog gespannen

Volgens BNR zijn de verwachtingen van consumenten vaak niet realistisch. Verkopers en installateurs schetsen soms een terugverdientijd van vijf jaar, maar die berekeningen zijn gebaseerd op de meest gunstige scenario’s: hoge energieprijzen, maximaal eigen verbruik en een perfecte afstemming tussen opwek en verbruik.

In de praktijk valt de besparing lager uit door verschillende factoren. Er treden omzettingsverliezen op van 5 tot 15 procent. Niet alle opgewekte stroom past in de batterij op het moment dat die wordt geproduceerd. En het verbruikspatroon speelt een grote rol. Wie overdag veel thuis is en direct stroom verbruikt, heeft minder baat bij opslag dan iemand die vooral ’s avonds energie nodig heeft.

Terugverdientijd wordt korter na 2027

De vraag naar thuisbatterijen groeit snel, en niet zonder reden. Met het verdwijnen van de salderingsregeling per 2027 wordt een batterij financieel aantrekkelijker. Nu ontvang je voor teruggeleverde stroom nog het volle leveringstarief via saldering. Vanaf 2027 krijg je een teruglevertarief dat doorgaans tussen de 0,04 en 0,09 euro per kWh ligt, een fractie van wat je nu ontvangt.

Op dat moment maakt een batterij een groter verschil: je slaat overtollige stroom op voor eigen gebruik in de avonduren, in plaats van het tegen een laag tarief terug te leveren. De terugverdientijd kan daardoor dalen naar 6 tot 10 jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van energieprijzen en teruglevertarieven.

De batterijprijzen helpen ook mee. Lithium-ijzerfosfaat (LFP) batterijen zijn de afgelopen twee jaar zo’n 20 tot 30 procent goedkoper geworden. Die trend zet door, waardoor de investering voor meer huishoudens bereikbaar wordt. Installateurs melden nu nog voldoende capaciteit, maar de verwachting is dat de drukte toeneemt naarmate 2027 dichterbij komt.

Wat betekent dit voor jou?

Overweeg je een thuisbatterij? Laat je niet leiden door verkoopverhalen met te optimistische rendementen. Breng je eigen situatie in kaart: hoeveel panelen heb je, hoe hoog is je verbruik, en wanneer gebruik je de meeste stroom? Een batterij kan een verstandige investering zijn, zeker met het einde van de salderingsregeling in zicht. Ga wel uit van een realistische terugverdientijd van 8 tot 15 jaar bij de huidige prijzen, niet de vijf jaar die sommige aanbieders beloven. Vraag offertes aan bij minimaal drie installateurs en vergelijk niet alleen de aanschafprijs, maar ook de garantievoorwaarden, de verwachte levensduur en het type batterijcel.