Het eigen verbruik van zonnestroom stijgt met circa 30 procentpunt als je een thuisbatterij installeert, zo blijkt uit recente cijfers van techplatform Bright. Nu de salderingsregeling stapsgewijs wordt afgebouwd en de terugleververgoeding daalt, wordt het steeds belangrijker om je opgewekte stroom zelf te benutten in plaats van terug te leveren aan het net.

Waarom eigen verbruik van zonnestroom steeds belangrijker wordt
Tot voor kort maakte het weinig uit of je je zonnestroom zelf verbruikte of terug leverde aan het net. Dankzij de salderingsregeling kreeg je voor teruggeleverde stroom hetzelfde tarief als voor stroom die je afnam. Die situatie verandert nu snel. Nu de saldering stapsgewijs wordt afgebouwd, ontvang je voor teruggeleverde stroom een veel lager tarief. Bij sommige energieleveranciers is de terugleververgoeding inmiddels gedaald tot 5 of 6 cent per kWh, terwijl je voor afgenomen stroom al snel 25 cent of meer betaalt.
Dat verschil maakt elke kilowattuur die je zelf verbruikt veel waardevoller. Per kWh die je zelf benut in plaats van terug levert, bespaar je het verschil tussen het leveringstarief en de terugleververgoeding. Bij een tarief van 25 cent en een vergoeding van 6 cent is dat 19 cent per kWh. Zonder opslagmogelijkheid verbruik je gemiddeld zo’n 30 procent van je opgewekte stroom direct. De overige 70 procent verdwijnt het net op, tegen die lage vergoeding.
Hoe een thuisbatterij het eigen verbruik van zonnestroom verhoogt
Het aantal geregistreerde thuisbatterijen in Nederland groeit snel. Steeds meer huiseigenaren zien in een batterij de manier om hun zonnepanelen rendabel te houden. Een thuisbatterij slaat overdag het overschot aan zonnestroom op, zodat je die ’s avonds en ’s nachts kunt gebruiken. In de praktijk stijgt het eigen verbruik daardoor van gemiddeld 30 naar zo’n 60 procent. Bij huishoudens met een goed afgestemd systeem kan dat zelfs oplopen tot 70 of 80 procent.
Dat verschil merk je op de energierekening. Voor een huishouden dat 3.000 kWh per jaar opwekt en dankzij een thuisbatterij zo’n 900 kWh extra zelf verbruikt, komt dat neer op een extra besparing van ongeveer 170 euro per jaar. Volgens Milieu Centraal kan een thuisbatterij met een capaciteit van 5 tot 10 kWh voor een gemiddeld huishouden al een merkbaar verschil maken.
Kosten en subsidie voor een thuisbatterij
Een thuisbatterij kost op dit moment tussen de 4.000 en 8.000 euro, afhankelijk van de capaciteit en het merk. Via de ISDE-subsidie kun je een deel van de investering terugkrijgen. De terugverdientijd hangt af van meerdere factoren: je stroomverbruik, het vermogen van je zonnepanelensysteem, het energietarief dat je betaalt en de hoogte van de terugleververgoeding die je ontvangt.
Reken op een terugverdientijd van 7 tot 12 jaar. Dat is lang vergeleken met zonnepanelen, maar korter dan een paar jaar geleden. Door de dalende terugleververgoeding wordt de businesscase voor een thuisbatterij geleidelijk beter. De capaciteit moet wel passen bij je verbruikspatroon: een batterij van 5 kWh volstaat voor een klein huishouden, terwijl een gezin met een hoger verbruik beter uit kan zijn met 10 kWh of meer. Let ook op de garantievoorwaarden, want de meeste fabrikanten garanderen een minimale restcapaciteit na 10 jaar.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je zonnepanelen en merk je dat je terugleververgoeding flink is gedaald? Dan loont het om te onderzoeken of een thuisbatterij bij jouw situatie past. Breng eerst in kaart hoeveel stroom je overdag opwekt maar niet zelf gebruikt. Dat overschot bepaalt hoeveel je kunt besparen door het op te slaan. Vraag offertes aan bij meerdere installateurs, vergelijk capaciteit en garantievoorwaarden, en check of je in aanmerking komt voor ISDE-subsidie. Kijk ook of je energieleverancier specifieke voorwaarden hanteert voor huishoudens met een thuisbatterij, want die kunnen per aanbieder verschillen.