De kosten van elektrisch rijden staan in 2026 opnieuw in de schijnwerpers. Met het einde van de salderingsregeling, schommelende energieprijzen en het verder afbouwen van subsidies vragen veel automobilisten zich af of een elektrische auto nog steeds goedkoper uitvalt dan benzine. Het korte antwoord: ja, maar het hangt sterk af van hoe en waar je laadt.

Elektrisch rijden kosten: laden versus tanken
Een gemiddelde elektrische auto verbruikt 18 tot 20 kWh per 100 kilometer. Bij een thuistarief van circa 0,25 euro per kWh betaal je dan 4,50 tot 5,00 euro per 100 kilometer. Een vergelijkbare benzineauto verbruikt zo’n 6,5 liter per 100 kilometer. Bij een pompprijs van 2,15 euro per liter kost dat ongeveer 14 euro per 100 kilometer. Thuisladen is daarmee ruwweg drie keer goedkoper dan tanken.
Dat beeld verschuift bij publieke laadpalen. De tarieven liggen daar tussen de 0,45 en 0,65 euro per kWh, waardoor de kosten stijgen naar 8 tot 13 euro per 100 kilometer. Snelladen langs de snelweg is nog duurder: tarieven lopen op tot 0,79 euro per kWh, oftewel 14 tot 16 euro per 100 kilometer. Dat is vergelijkbaar met benzine. Volgens Milieu Centraal bespaar je met thuisladen gemiddeld 40 tot 60 procent ten opzichte van publiek laden.
Thuisladen als troef voor huiseigenaren
Het financiĆ«le voordeel van een elektrische auto is het grootst voor huiseigenaren met een eigen laadpaal. Wie beschikt over zonnepanelen en overdag thuis laadt, rijdt vrijwel gratis. Nu de salderingsregeling wordt afgebouwd, is het juist slimmer om zonnestroom direct te gebruiken voor het laden van je auto dan om die stroom tegen een laag tarief terug te leveren aan het net. Met een dynamisch energiecontract kun je ook ’s nachts laden tegen lage tarieven, soms onder de 0,10 euro per kWh. De brandstofkosten komen dan uit op minder dan 2 euro per 100 kilometer.
Een eigen laadpunt kost eenmalig zo’n 1.000 tot 2.000 euro, afhankelijk van de installatie en het type lader. Die investering verdien je bij regelmatig gebruik binnen een tot twee jaar terug door het verschil met publieke laadtarieven.
Aanschafprijs en terugverdientijd
De aanschafprijs van een elektrische auto blijft hoger dan die van een vergelijkbaar benzinemodel. Reken op een verschil van 5.000 tot 10.000 euro, afhankelijk van het segment. De subsidies voor particulieren zijn de afgelopen jaren flink afgebouwd. Dat betekent dat je het prijsverschil vooral terugverdient via lagere brandstof- en onderhoudskosten.
Bij 15.000 kilometer per jaar en thuisladen bespaar je jaarlijks zo’n 1.000 tot 1.400 euro op brandstof ten opzichte van benzine. Daar komen lagere onderhoudskosten bij: een EV heeft geen olie-verversing nodig en de remmen slijten minder door regeneratief remmen. Gemiddeld liggen de onderhoudskosten van een EV 200 tot 400 euro per jaar lager. Een elektrische auto betaalt ook nog altijd een lager tarief voor de motorrijtuigenbelasting. Over vijf tot zeven jaar is het aanschafverschil zo terugverdiend. Wie meer kilometers maakt, is sneller quitte.
Wat betekent dit voor jou?
Elektrisch rijden is in 2026 nog steeds goedkoper dan benzine, mits je thuis kunt laden. Heb je een eigen oprit of garage, dan is een thuislader een slimme investering die zich snel terugbetaalt. In combinatie met zonnepanelen of een dynamisch contract druk je de kosten tot een minimum. Rijd je meer dan 15.000 kilometer per jaar, dan verdien je de hogere aanschafprijs van de auto binnen vijf tot zeven jaar terug. Kun je alleen bij publieke laadpalen terecht, reken dan goed door: het verschil met benzine wordt een stuk kleiner en hangt af van de tarieven in jouw regio. Vergelijk altijd de totale kosten, van aanschaf en belasting tot verzekering, brandstof en onderhoud. Alleen dan krijg je een eerlijk beeld van wat voor jou de goedkoopste keuze is.