De hoeveelheid zonne-energie in 2050 kan in Nederland oplopen tot 175 gigawattpiek. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van CE Delft in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Vergeleken met het huidige opgestelde vermogen van 28,6 gigawattpiek betekent dat een groei van ruim zes keer zoveel. Noord-Brabant en Noord-Holland komen in meerdere scenario’s als koplopers uit de bus.

Drie scenario’s voor zonne-energie richting 2050
CE Delft heeft drie ontwikkelpaden opgesteld om de toekomst van zonne-energie in kaart te brengen. Het eerste pad richt zich op optimale netinpassing, het tweede op het minimaliseren van de ruimtelijke impact en het derde op het drukken van maatschappelijke kosten. De scenario’s zijn geen voorspellingen of wensbeelden. Ze geven inzicht in de keuzes die Nederland nog moet maken.
De uitkomsten lopen flink uiteen. In het laagste scenario komt Nederland in 2050 uit op 77 gigawattpiek, in het hoogste op 175. Als tussenstap richting 2040 wordt een bandbreedte van 57 tot 127 gigawattpiek voorzien. Die grote spreiding komt doordat de toekomstige elektriciteitsvraag, de uitbouw van windenergie op zee en de mogelijke komst van kernenergie elk een groot effect hebben op hoeveel zonne-energie er op land nodig is.
Groot potentieel op daken en gevels
Het totale ruimtelijke potentieel voor zonne-energie in Nederland ligt op minimaal 614 gigawattpiek. Daarvan zit 69 gigawattpiek op woningdaken, 55 gigawattpiek op bedrijfsdaken en 64 gigawattpiek op gevels. Het bijplaatsen van panelen bij bestaande windparken levert nog eens 15 gigawattpiek op. Het leeuwendeel, ruim 400 gigawattpiek, betreft zonnepanelen op land. Zelfs het meest ambitieuze scenario van 175 gigawattpiek benut dus nog maar een fractie van wat technisch mogelijk is.
De onderzoekers bestempelen het plaatsen van zonnepanelen op daken voor eigen gebruik als een no-regret optie. Dat wil zeggen: het is in elk scenario een verstandige stap, ongeacht welk pad Nederland kiest. Op het moment dat een groter deel van het dakpotentieel wordt benut en er meer wordt teruggeleverd dan lokaal nodig is, worden wel netaanpassingen nodig. Opslag in thuisbatterijen en het slim afschakelen bij overproductie kunnen dan helpen om overbelasting te voorkomen.
Noord-Brabant en Noord-Holland aan kop
Waar de meeste panelen komen, verschilt per scenario. Bij het pad dat ruimtegebruik minimaliseert, komen de meeste installaties in de dichtstbevolkte provincies: Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland en Gelderland. Logisch, want daar staan de meeste gebouwen met bruikbaar dakoppervlak. Bij het pad met de laagste maatschappelijke kosten verschuift het zwaartepunt naar dunner bevolkte provincies, waar meer ruimte beschikbaar is voor grootschalige installaties op land.
Tussen 2030 en 2035 verwachten de onderzoekers dat netcongestie de verdere uitbouw van zonne-energie afremt. Het stroomnet kan de groeiende hoeveelheid teruglevering in die periode niet goed verwerken. Na 2035 zou de grootste druk achter de rug moeten zijn. De groeiende vraag naar elektriciteit biedt dan juist meer ruimte om extra zonnestroom op te vangen.
Korte termijn: groei zet door
Op de korte termijn groeit het opgestelde vermogen gewoon door. Halverwege 2025 stond er 12,4 gigawattpiek aan kleinschalige dakinstallaties (onder 15 kilowattpiek) en 10,3 gigawattpiek aan grootschalige installaties. Tot en met 2027 groeit het kleinschalige segment naar 15,9 gigawattpiek en verdubbelt het grootschalige segment naar 20,5 gigawattpiek. Vooral de snelle groei bij grotere dakinstallaties op bedrijfspanden valt op.
Wat betekent dit voor jou?
Dit onderzoek bevestigt dat zonnepanelen op je dak in elk scenario een logische stap zijn. De onderzoekers noemen het niet voor niets een no-regret optie. Vooral als je de opgewekte stroom zoveel mogelijk zelf verbruikt, profiteer je het meest. Met veranderingen in de terugleververgoedingen wordt eigen verbruik steeds belangrijker. Het loont om bij de aanschaf van panelen ook te kijken naar energieopslag of slim verbruik, zodat je minder afhankelijk bent van wat je teruglevert aan het net. De precieze omvang van de groei is onzeker, de richting niet: er komen fors meer panelen, en op je eigen dak heb je daar het meeste profijt van.