Groene stroom die je via je energieleverancier afneemt, is misschien minder betrouwbaar gecertificeerd dan je denkt. Energiedeskundige Omer Coekaerts noemt de recente update van RESCert, het Europese platform dat de herkomst van hernieuwbare energie registreert, ‘volstrekt onvoldoende’. Volgens hem moet het systeem volledig terug naar de tekentafel.

Hoe werkt de certificering van groene stroom?
Wanneer je een groen energiecontract afsluit, belooft je leverancier dat de stroom afkomstig is uit hernieuwbare bronnen zoals wind of zon. Om dat te bewijzen koopt de leverancier zogeheten garanties van oorsprong (GvO’s) in. Elke GvO staat voor 1 megawattuur aan hernieuwbaar opgewekte energie en wordt digitaal geregistreerd.
In de praktijk zijn fysieke stroom en certificaten van elkaar gescheiden. De elektronen die door je stopcontact komen, zijn een mix van alle opgewekte energie op het net. De GvO bewijst dat ergens een gelijke hoeveelheid hernieuwbare energie is geproduceerd. In Nederland geeft CertiQ, een onderdeel van TenneT, deze certificaten uit. Op Europees niveau is RESCert het platform dat de handel in certificaten over landsgrenzen heen moet vastleggen.
Certificering groene stroom onder vuur
Coekaerts, die al jaren actief is in de Europese certificeringswereld, trekt stevige conclusies over de nieuwste versie van RESCert. Hij spreekt van een systeem dat niet aan de basiseisen voldoet. De update lost volgens hem de fundamentele problemen met de registratie en verificatie van certificaten niet op, zo schrijft Solar Magazine.
Die kritiek komt op een gevoelig moment. De Europese Unie werkt via de herziene Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) aan strengere eisen voor certificeringssystemen in alle lidstaten. RESCert moet dat faciliteren. Als het platform niet voldoet, dreigt vertraging in de hele Europese certificeringsinfrastructuur.
Groeiende markt vergroot het risico
De handel in garanties van oorsprong groeit snel. Volgens Energeia neemt de belangstelling voor hernieuwbare energie flink toe door geopolitieke spanningen en de snelle groei van datacenters. Dat vertaalt zich in een steeds grotere handel in certificaten. Hoe meer er verhandeld wordt, hoe belangrijker het is dat het registratiesysteem waterdicht functioneert.
In Nederland alleen al worden jaarlijks tientallen miljoenen certificaten verhandeld. Een groot deel daarvan komt uit het buitenland, vooral uit Scandinavische landen met veel waterkracht. De import van buitenlandse certificaten is al langer omstreden, omdat oude waterkrachtcentrales zo een groen label geven aan Nederlandse huishoudens zonder dat er extra hernieuwbare capaciteit bij komt.
Een van de grootste risico’s van een gebrekkig registratiesysteem is dubbele verkoop. Als de registratie niet sluitend is, kan dezelfde garantie van oorsprong in theorie meerdere keren worden ingezet. Twee of meer leveranciers claimen dan dezelfde duurzame energie aan hun klanten te leveren.
Miljoenen huishoudens betrokken
In Nederland heeft een groot deel van de huishoudens een groen energiecontract. Miljoenen consumenten betalen een klein bedrag extra voor de belofte dat hun stroom duurzaam is opgewekt. Als het certificeringssysteem niet deugt, staat de waarde van die belofte ter discussie. De groene stroom die je denkt te kopen, wordt dan niet meer dan een papieren werkelijkheid.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je een groen energiecontract? De Nederlandse certificering via CertiQ functioneert op zichzelf naar behoren. De problemen zitten vooral op Europees niveau, bij de grensoverschrijdende handel. Toch is het verstandig om kritisch te blijven. Controleer bij je energieleverancier welk type groene stroom je afneemt en vraag naar de specifieke herkomst. Komt de energie uit Nederlandse wind- of zonprojecten, of uit buitenlandse waterkracht die al tientallen jaren bestaat? Hoe concreter de herkomst, hoe groter de zekerheid dat je contract daadwerkelijk bijdraagt aan de energietransitie.