Zonnepanelen bereiken lagere inkomens nauwelijks, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een deze week gepubliceerde analyse. De rijkste huishoudens in Nederland bezitten ongeveer de helft van alle geïnstalleerde panelen. De energietransitie is daarmee ongelijk verdeeld, en dat roept vragen op over het huidige subsidiebeleid.

Zonnepanelen en lagere inkomens: wat het CPB vindt
Het CPB onderzocht hoe zonnepanelen zijn verdeeld over Nederlandse huishoudens, uitgesplitst naar inkomen. Het beeld is scheef: de best verdienende 20 procent van de huishoudens bezit ruwweg de helft van alle panelen, meldt Solar Magazine. Aan de onderkant van de inkomensverdeling is het bezit van panelen veel lager.
De verklaring ligt voor de hand. Hogere inkomens zijn vaker eigenaar van een koopwoning met een geschikt dak. Ze hebben het kapitaal om de aanschaf te betalen of kunnen makkelijker een lening afsluiten. Huurders en huishoudens met een klein budget missen die mogelijkheid. Zij wonen vaker in een appartement of huurwoning waar ze geen zeggenschap hebben over het dak.
Subsidies komen niet overal terecht
Het onderzoek stelt de effectiviteit van bestaande subsidies ter discussie. Regelingen als de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie) en de salderingsregeling zijn bedoeld om zonne-energie breed toegankelijk te maken. In de praktijk stromen die voordelen vooral naar huishoudens die de investering al kunnen opbrengen. Wie geen eigen woning heeft of de aanschafkosten niet kan dragen, heeft weinig aan een subsidie die slechts een deel van het bedrag dekt.
De CPB-cijfers passen in een breder patroon. Eerder waarschuwde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) al dat het draagvlak voor klimaatbeleid afbrokkelt doordat de kosten en baten ongelijk zijn verdeeld. Het CPB onderbouwt die zorg nu met harde gegevens over wie er van zonnepanelen profiteert, en wie niet. Dat maakt de discussie over een eerlijke energietransitie urgenter.
Hoe kan de scheefgroei worden gecorrigeerd?
Er zijn meerdere routes om zonne-energie beter te spreiden. Woningcorporaties kunnen panelen plaatsen op huurwoningen, zodat ook huurders profiteren van lagere energielasten. In de praktijk gebeurt dat al, maar het tempo ligt laag. Energiecoöperaties bieden een alternatief voor huishoudens die zelf geen panelen kunnen installeren: deelnemers investeren samen in een zonneproject en delen de opbrengst.
Op beleidsniveau zijn er ook opties. Gerichte subsidies voor lagere inkomensgroepen, vergelijkbaar met de DUMAVA-regeling voor woningisolatie, kunnen de drempel verlagen. De ISDE-subsidie zou bijvoorbeeld gedifferentieerd kunnen worden naar inkomen, zodat huishoudens met een kleiner budget een hoger percentage vergoed krijgen. Met het aflopen van de salderingsregeling in 2027 staat het hele stelsel van prikkels voor zonne-energie op de schop, en dat biedt een kans om het eerlijker in te richten.
Wat betekent dit voor jou?
Overweeg je zonnepanelen maar twijfel je over de kosten? Check welke subsidies er in jouw gemeente beschikbaar zijn, want lokale regelingen verschillen sterk per regio. De ISDE-subsidie dekt een deel van de aanschaf en sommige gemeenten leggen daar nog een bedrag bovenop voor lagere inkomens. Huur je een woning? Vraag je verhuurder of woningcorporatie naar plannen voor panelen op het dak. De CPB-cijfers maken duidelijk dat de overheid meer moet doen om zonnepanelen bij lagere inkomens te krijgen, maar als huiseigenaar of huurder kun je zelf ook actie ondernemen door je goed te informeren over de mogelijkheden die er nu al zijn.