Fabrieken sluiten in Nederland in een steeds hoger tempo, en dat heeft gevolgen die verder reiken dan de industrie. Gasunie, de beheerder van het landelijke gastransportnet, ziet zijn inkomsten teruglopen nu steeds minder bedrijven gas afnemen. De vaste kosten worden over een krimpende groep gebruikers verdeeld, waardoor de tarieven stijgen. Dat blijkt uit een analyse van Energeia.

Waarom steeds meer fabrieken sluiten
De afgelopen jaren heeft een reeks energie-intensieve bedrijven de productie in Nederland gestaakt of fors afgeschaald. Hoge energieprijzen, internationale concurrentie en streng klimaatbeleid maken het voor deze bedrijven steeds moeilijker om hier te opereren. Van chemische fabrieken tot smelterijen en kunstmestproducenten: de zware industrie krimpt. Een deel van de productie verhuist naar landen waar energie goedkoper is. De oorlog in het Midden-Oosten heeft die situatie verergerd. De hogere energieprijzen die daaruit voortvloeiden, waren voor sommige bedrijven de druppel.
Voor Gasunie heeft dat directe financiële gevolgen. Het staatsbedrijf exploiteert het hoofdtransportnet voor gas en rekent transporttarieven door aan zijn afnemers. Grote industriële klanten betaalden een flink deel van die kosten. Nu zij één voor één wegvallen, moeten de resterende gebruikers meer bijdragen. Volgens Energeia loopt die druk de komende jaren verder op.
Dezelfde leidingen, minder betalers
Het probleem is simpel. De leidingen, compressorstations en meetpunten van het gasnet moeten onderhouden worden, ongeacht hoeveel gas er doorheen stroomt. Het maakt niet uit of er tien of drie bedrijven op een leiding zitten: de onderhoudskosten veranderen nauwelijks. Vergelijk het met een flatgebouw waar steeds meer bewoners vertrekken. De servicekosten voor het onderhoud van het gebouw blijven gelijk, maar worden over minder mensen verdeeld.
Nederland zit in een fase waarin het gasverbruik structureel daalt. De Groningse gaswinning is gestopt, de industrie haakt af, en steeds meer huishoudens kiezen voor elektrisch verwarmen. Het gasnet krimpt niet automatisch mee. Dat is het kernprobleem: dalend gebruik, gelijkblijvende infrastructuurkosten.
Doorwerking naar jouw energienota
Voorlopig treft de stijging vooral bedrijven die nog op het industriële gasnet zijn aangesloten. Naarmate meer fabrieken sluiten, stijgt het bedrag per overgebleven aansluiting. Hogere transporttarieven werken uiteindelijk ook door naar huishoudens. Een deel van de kosten voor gastransport zit verwerkt in het tarief dat je aan je energieleverancier betaalt. De regionale netbeheerders, die het gasnet in jouw straat beheren, betalen Gasunie voor het gebruik van het hoofdnet. Als Gasunie meer in rekening brengt, berekenen die netbeheerders de hogere kosten door via het vastrecht op je energienota.
Hoe groot dat effect precies wordt, hangt af van het tempo waarmee grote afnemers vertrekken. De richting is helder: minder gasgebruikers betekent hogere kosten per aansluiting. Dat geldt voor bedrijven én voor de ruim vijf miljoen huishoudens die nog op gas verwarmen.
Toekomst van het gasnet
Gasunie staat voor een lastig dilemma. Investeren in een netwerk dat steeds minder wordt gebruikt, is op termijn niet vol te houden. Tegelijkertijd zijn er nog miljoenen huishoudens en bedrijven afhankelijk van gaslevering. Een mogelijke uitweg is het hergebruik van delen van het gasnet voor waterstof of groen gas. Dat zou de infrastructuur een nieuwe functie geven en de kosten spreiden over meer gebruikers. Maar die toepassingen staan nog in de kinderschoenen. Waterstof wordt op dit moment vooral in industriële pilots getest, en voordat het gasnet er klaar voor is, zijn er aanpassingen nodig aan leidingen en aansluitingen.
Wat betekent dit voor jou?
Dat fabrieken sluiten en het gasnet duurder wordt, is een extra signaal om alternatieven voor gasverwarming serieus te bekijken. De kosten van de gasinfrastructuur gaan de komende jaren naar verwachting omhoog. Wie nu al nadenkt over betere isolatie of een andere manier van verwarmen, kan zich wapenen tegen die stijging. Hoe later je overstapt, hoe langer je meebetaalt aan een netwerk dat voor steeds minder mensen werkt.