De afstandsnorm windmolens staat nu definitief vast: het kabinet besloot vrijdag dat windturbines minimaal twee keer hun tiphoogte van de dichtstbijzijnde woning moeten staan. Een moderne turbine van 200 meter krijgt daarmee een verboden zone van 400 meter rondom woningbouw. Staatssecretaris Bertram en minister Van Veldhoven noemen het besluit een rechtvaardiging van de zorgen van omwonenden, en een einde aan een al jaren voortdurende discussie.

Afstandsnorm windmolens: zo werkt de berekening
De tiphoogte is de maximale hoogte van een windmolen, gemeten tot aan het uiteinde van een rotorblad als dat recht omhoog wijst. De nieuwe norm koppelt de minimale afstand tot woningen direct aan die maat. Een turbine van 150 meter mag niet dichter dan 300 meter bij woningbouw staan. Bij een turbine van 250 meter loopt de verboden zone op tot een halve kilometer. Energeia meldt dat het kabinet vasthoudt aan deze norm, ook na druk vanuit de energiesector om per project meer vrijheid te bieden.
De nieuwe regel geldt voor nieuw te verlenen vergunningen. Bestaande windmolens die al dichter bij woningen staan, blijven voorlopig op hun plek. Gemeenten en provincies hadden de afgelopen jaren veel eigen ruimte bij het beoordelen van afstanden, wat leidde tot grote regionale verschillen. In de ene gemeente kon een turbine op 150 meter van een woning worden vergund, elders was de minimale afstand al 500 meter. Die willekeur wordt met dit kabinetsbesluit flink ingeperkt.
Waarom was de afstandsdiscussie zo lang slepend?
Omwonenden van windparken klaagden jarenlang over geluidshinder, slagschaduw en waardedaling van hun woning. De energiesector en klimaatorganisaties drukten tegelijkertijd op meer ruimte, omdat een strengere norm de uitbreiding van windenergie op land bemoeilijkt. Turbines worden steeds groter en krachtiger. Uit cijfers gepubliceerd door Change Inc blijkt dat het gemiddeld opgesteld vermogen per windmolen in Nederland de afgelopen decennia sterk is gestegen. Moderne turbines op land halen tiphoogtes van 200 tot 250 meter, waardoor de kwestie van minimale afstand urgenter werd.
Voor omwonenden was de onduidelijkheid frustrerend. Je woonomgeving kan ingrijpend veranderen doordat een nabijgelegen perceel opeens in aanmerking komt voor windenergie, terwijl er geen heldere landelijke grens bestond. Dat zorgde voor veel onrust en juridische procedures. Met de uniforme 2x-tiphoogte-norm komt aan die rechtsonzekerheid een einde.
Gevolgen voor windenergie op land
De afstandsnorm heeft directe gevolgen voor hoeveel ruimte er overblijft voor nieuwe windprojecten. In dichtbevolkte gebieden zoals de Randstad of Noord-Brabant is de marge klein: potentiële windlocaties staan er vaak te dicht bij woonwijken om aan de nieuwe norm te voldoen. In dunner bevolkte regio’s als Noord-Groningen, Friesland of de Flevopolder is meer ruimte beschikbaar. Het gevolg is dat de geografische spreiding van windenergie op land nog onevenwichtiger kan worden dan die al was.
Het kabinet erkent dat de norm de groei van windenergie op land afremt. Of lopende SDE++ aanvragen voor projecten die nu niet meer haalbaar zijn daarvoor worden gecompenseerd, is nog niet duidelijk. Projectontwikkelaars die al investeerden in locatiestudies, staan mogelijk voor forse kosten zonder resultaat.
Wat betekent dit voor jou?
Woon je in de buurt van een gepland of vergund windpark? Controleer dan bij de gemeente of er actieve vergunningaanvragen lopen en of de geplande turbines aan de nieuwe afstandsnorm voldoen. Raadpleeg hiervoor het Omgevingsloket van de rijksoverheid of de ruimtelijke ordeningskaarten op de gemeentelijke website. Voor woningen die nu al binnen de minimale afstand van een bestaande turbine staan, verandert er op korte termijn niets. Plannen voor nieuwe woningen in de buurt van windprojecten moeten wél rekening houden met de 2x-tiphoogte-norm. Dat kan effect hebben op welke nieuwbouwlocaties gemeenten de komende jaren goedkeuren, en daarmee op de waarde en aantrekkelijkheid van jouw woonomgeving.