De EPEX-spotmarkt: hoe komt de stroomprijs tot stand?

De EPEX-spotmarkt is de plek waar de stroomprijs voor morgen wordt bepaald. Elke dag opnieuw, voor elk uur apart. Als je een dynamisch energiecontract hebt, betaal je precies die prijs. Maar hoe komt dat bedrag tot stand? Wie biedt er mee? Waarom is stroom soms bijna gratis en een paar uur later drie keer zo duur? In dit artikel nemen we je mee achter de schermen van de Europese stroombeurs en leggen we stap voor stap uit hoe de prijs op je slimme meter terechtkomt.

EPEX-spotmarkt energiebeurs waar stroomprijs wordt bepaald

Wat is de EPEX-spotmarkt precies?

EPEX SPOT staat voor European Power Exchange. Het is een energiebeurs met hoofdkantoor in Parijs, waar stroom wordt verhandeld voor korte termijn levering. Denk aan morgen, vandaag, of zelfs het komende kwartier. De beurs bedient meerdere Europese landen, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk, België, Oostenrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen.

Voor Nederland is het de belangrijkste markt voor de dagelijkse stroomprijs. Energieleveranciers, producenten, grote industriële afnemers en handelaren komen hier samen. Ze kopen en verkopen elektriciteit in blokken van een uur. Het resultaat: 24 uurprijzen voor de volgende dag, die samen het prijsprofiel vormen.

De stroombeurs is geen fysieke plek met schreeuwende handelaren op een beursvloer. Het is een digitaal platform waar orders automatisch worden gematcht. Deelnemers plaatsen hun biedingen elektronisch en een algoritme berekent de evenwichtsprijs per uur. Transparant, gereguleerd en onder toezicht van de Europese energieautoriteiten.

Wat de spotmarkt onderscheidt van langetermijncontracten: hier gaat het om de actuele situatie. Hoeveel wind waait er morgen? Hoeveel zon wordt er verwacht? Staan er centrales stil voor onderhoud? Al die factoren spelen mee bij de prijsvorming. Dat maakt het handelsplatform dynamisch en soms onvoorspelbaar.

Hoe werkt de day-ahead veiling op de EPEX-spotmarkt?

Het hart van de stroombeurs is de day-ahead veiling. Die vindt elke dag plaats rond het middaguur en bepaalt de stroomprijs voor alle 24 uren van de volgende dag. Het proces verloopt als volgt.

Producenten (windparken, zonneparken, gascentrales, kerncentrales) geven aan hoeveel stroom ze kunnen leveren en tegen welke minimumprijs. Een windpark biedt bijvoorbeeld 500 MWh aan tegen 0 euro per MWh, want de marginale kosten zijn vrijwel nul. Een gascentrale biedt 200 MWh aan tegen 65 euro per MWh, want gas kost geld.

Aan de andere kant staan de kopers. Energieleveranciers schatten in hoeveel stroom hun klanten morgen verbruiken. Grote bedrijven doen hun eigen inkoop. Zij geven aan hoeveel ze willen kopen en wat ze maximaal willen betalen.

Al die biedingen gaan in het systeem. Voor elk uur van de volgende dag worden de aanbiedingen gesorteerd van goedkoop naar duur (de aanbodcurve) en de kooporders van hoog naar laag (de vraagcurve). Waar die twee curves elkaar kruisen, ligt de evenwichtsprijs. Dat is de marktprijs voor dat specifieke uur.

Rond 12:40 uur zijn de voorlopige resultaten bekend. Om 12:55 uur publiceert EPEX SPOT de definitieve prijzen. Tegen 13:00 uur weet heel Europa wat stroom morgen per uur kost. De meeste dynamische energieleveranciers maken deze prijzen rond 15:00 uur zichtbaar in hun app, inclusief de opslag en belastingen die zij erop zetten.

Een rekenvoorbeeld van de day-ahead veiling

Stel: voor morgenochtend 09:00-10:00 uur is de verwachte vraag in Nederland 12.000 MW. Het aanbod ziet er zo uit:

  • Windenergie: 4.000 MW tegen 0 euro/MWh
  • Zonne-energie: 1.500 MW tegen 0 euro/MWh
  • Kernenergie (import): 1.000 MW tegen 10 euro/MWh
  • Kolencentrales: 2.500 MW tegen 45 euro/MWh
  • Gascentrales: 4.000 MW tegen 55-80 euro/MWh

De goedkoopste bronnen worden eerst ingezet. Wind en zon vullen 5.500 MW. Kernenergie brengt het naar 6.500 MW. Kolen naar 9.000 MW. Dan zijn er nog 3.000 MW nodig, en die komen van gascentrales tegen 55-65 euro/MWh. De duurste gascentrale die nog nodig is, biedt aan tegen 62 euro/MWh. Dat wordt de prijs voor dat uur: 62 euro per MWh, oftewel 6,2 cent per kWh.

Alle producenten ontvangen die 62 euro, ook de windparken die tegen 0 euro hadden geboden. Dat is het principe van marginal pricing: iedereen krijgt de prijs van de duurste bron die nog nodig is.

De merit order: waarom gas de prijs bepaalt

Het mechanisme dat we net beschreven heet de merit order. Het is het fundament van de Europese stroomprijsvorming en verklaart veel van wat je op je energierekening ziet.

De merit order werkt als een wachtrij. Energiebronnen staan gesorteerd op hun marginale productiekosten, dat zijn de kosten om een extra eenheid stroom te maken. De volgorde is grofweg:

  • Wind en zon – marginale kosten bijna nul (de brandstof is gratis)
  • Kernenergie – lage marginale kosten (brandstof is goedkoop, de centrale draait altijd)
  • Waterkracht – laag tot gemiddeld
  • Biomassa – gemiddeld
  • Kolen – gemiddeld tot hoog (afhankelijk van CO2-prijs)
  • Gas – hoog (aardgas is duur, en er komt CO2-uitstoot bij)

De prijs wordt bepaald door de duurste bron die nog nodig is om aan de vraag te voldoen. In de energiesector heet dat de marginale centrale. In Nederland is dat bijna altijd een gascentrale. Zelfs als gas maar 30% van de totale productie levert, bepaalt het de prijs voor 100% van de stroom in dat uur.

Dit is een punt waar veel mensen zich aan storen. Waarom betaal je de gasprijs voor windstroom? Het antwoord: omdat het systeem zo is ontworpen. Marginal pricing zorgt ervoor dat producenten een prikkel hebben om de goedkoopste stroom eerst aan te bieden. Het stimuleert investeringen in hernieuwbare energie, want windparken maken flinke winst als de gasprijs hoog is. Op lange termijn zou dit moeten leiden tot meer hernieuwbare capaciteit en lagere prijzen.

De invloed van de CO2-prijs

De merit order wordt ook beinvloed door het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Elke ton CO2 die een centrale uitstoot, kost geld. In 2025 lag de CO2-prijs rond de 65 euro per ton. Dat maakt kolen relatief duurder (hoge CO2-uitstoot per kWh) en kan ervoor zorgen dat gascentrales goedkoper worden dan kolencentrales. De volgorde in de merit order is dus niet vastgelegd. Die verschuift mee met brandstof- en CO2-prijzen.

Waarom worden stroomprijzen soms negatief?

Een van de opmerkelijkste fenomenen op de EPEX-spotmarkt: negatieve stroomprijzen. Het klinkt absurd. Je krijgt geld toe om stroom te verbruiken. Toch komt het steeds vaker voor, en het heeft een logische verklaring.

Negatieve prijzen ontstaan wanneer het aanbod de vraag overtreft en producenten hun centrales niet zomaar kunnen uitschakelen. Een kerncentrale bijvoorbeeld draait het liefst continu. Een windpark met subsidie levert ook bij lage prijzen, want de subsidie compenseert. Een kolencentrale heeft uren nodig om op en af te schalen.

Het gevolg: als op een zonnige lentezondagmiddag de vraag laag is (weinig industrie, mild weer) en het aanbod hoog (veel zon, flinke wind), kan de prijs onder nul zakken. Producenten betalen dan letterlijk om hun stroom kwijt te raken. In 2025 waren er in Nederland ruim 300 uren met negatieve prijzen, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren.

Voor consumenten met een dynamisch contract zijn negatieve prijzen een cadeautje. Je wasmachine of vaatwasser draaien kost op dat moment niets, of je verdient er zelfs aan (afhankelijk van de opslag en belastingen die je leverancier rekent). Sommige leveranciers kappen de prijs af op nul, andere laten je meepikken van negatieve prijzen. Dat verschilt per aanbieder.

Worden negatieve prijzen de norm?

Nee, maar ze worden wel frequenter. Met de groei van wind- en zonne-energie neemt het aantal uren met overproductie toe. Tegelijkertijd groeit de opslagcapaciteit (batterijen, waterstof) en de flexibiliteit van het net. Die ontwikkelingen dempen het effect op termijn. Maar de komende jaren zullen negatieve prijzen een terugkerend verschijnsel blijven, vooral in het voorjaar en de zomer.

Day-ahead versus intraday: twee markten op de stroombeurs

De EPEX-spotmarkt bestaat niet uit een enkele veiling. Er zijn twee hoofdmarkten die elk een ander doel dienen.

De day-ahead markt is de veiling die we tot nu toe beschreven. Die vindt dagelijks rond 12:00 uur plaats en bepaalt de prijzen voor de 24 uren van de volgende dag. Dit is de referentieprijs die dynamische contracten gebruiken. Het overgrote deel van de stroom wordt hier verhandeld.

De intraday markt opent nadat de day-ahead resultaten bekend zijn en loopt door tot kort voor het moment van levering. Hier kunnen partijen hun posities bijstellen. Stel: een windpark had ingeschat dat het morgen 500 MW kon leveren, maar de laatste weersverwachting zegt 350 MW. Dan koopt het windpark op de intraday markt de ontbrekende 150 MW in om zijn verplichting na te komen.

De intraday markt werkt anders dan de day-ahead veiling. Het is geen veiling maar een continu handelsplatform, vergelijkbaar met een aandelenbeurs. Kopers en verkopers plaatsen orders en zodra een koop- en verkoopprijs matchen, wordt de transactie gesloten. Prijzen op de intraday markt kunnen flink afwijken van de day-ahead prijs, vooral als het weer anders uitpakt dan verwacht.

Voor consumenten met een dynamisch contract maakt het verschil niet veel uit. De meeste leveranciers baseren hun tarieven op de day-ahead prijs. De intraday markt is meer een instrument voor de leveranciers zelf, om hun inkoop fijn te slijpen.

Quarter-hour producten

Naast uurblokken biedt de beurs ook kwartierproducten aan. In plaats van een prijs per uur krijg je een prijs per 15 minuten. Dit wordt belangrijker naarmate er meer zon en wind in het systeem zit, want de productie kan binnen een uur flink schommelen. Een wolk voor de zon kan in een kwartier duizenden megawatt aan productie laten wegvallen.

Sommige dynamische leveranciers experimenteren al met kwartierprijzen voor consumenten. Op dit moment is dat nog geen standaard in Nederland, maar de verwachting is dat het de komende jaren meer ingeburgerd raakt.

De rol van interconnectoren en buurlanden

De Nederlandse stroomprijs staat niet op zichzelf. Via dikke onderzeese en ondergrondse kabels is ons elektriciteitsnet verbonden met Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Denemarken. Die verbindingen heten interconnectoren en ze spelen een grote rol in de prijsvorming op de Europese stroombeurs.

Het principe is simpel: stroom stroomt van goedkoop naar duur. Als stroom in Duitsland goedkoper is dan in Nederland (bijvoorbeeld door veel wind op de Noordzee), stroomt er stroom van Duitsland naar Nederland via de interconnector. Dat drukt de Nederlandse prijs omlaag. Andersom: als Nederland een overschot heeft en Duitsland niet, exporteren we stroom en stijgt onze prijs richting het Duitse niveau.

Dit mechanisme heet market coupling. Bij de day-ahead veiling worden de orders van alle gekoppelde landen tegelijk verwerkt. Het algoritme (EUPHEMIA genaamd) optimaliseert de handel over grenzen heen, rekening houdend met de capaciteit van de interconnectoren. Als er genoeg kabelcapaciteit is, convergeren de prijzen van buurlanden. Als de kabels vol zitten, ontstaan er prijsverschillen.

Noorwegen: de batterij van Europa

Een bijzonder geval is de NorNed-kabel tussen Nederland en Noorwegen. Noorwegen heeft enorme hoeveelheden waterkracht. Als het in Nederland windstil is en de prijs hoog, kan Noorwegen goedkope waterkrachtstroom exporteren. Omgekeerd kan Noorwegen bij veel wind in Nederland onze goedkope stroom importeren en water in de stuwmeren sparen voor later. Het werkt als een gigantische batterij.

De interconnector met het Verenigd Koninkrijk (BritNed) voegt een extra dimensie toe. Sinds Brexit heeft het VK een eigen CO2-markt en ander beleid, waardoor de prijsverschillen soms groter zijn. Dat maakt de kabel waardevoller, maar ook minder voorspelbaar.

Gevolgen voor jouw stroomprijs

Interconnectoren zorgen er in de praktijk voor dat extreme pieken en dalen worden afgevlakt. Als stroom in Nederland erg duur wordt, stroomt er import binnen die de prijs drukt. Bij erg lage prijzen verdwijnt een deel van het overschot naar het buitenland. Het effect: de Nederlandse prijs beweegt mee met de rest van Noordwest-Europa. Op dagen met veel Duits windvermogen profiteer je mee van hun lage prijzen. Op dagen met Europese gasschaarste betaal je ook de Europese prijs.

Hoe dynamische contracten gekoppeld zijn aan de EPEX-spotmarkt

Als je een dynamisch energiecontract hebt bij een leverancier als Tibber, Frank Energie, ANWB Energie of Beursstroom, dan betaal je een prijs die direct is afgeleid van de day-ahead veiling op de stroombeurs. Het tarief dat je in de app ziet, is opgebouwd uit meerdere onderdelen.

De basis is de kale spotprijs per uur. Daarbovenop komen vaste componenten: energiebelasting (in 2026 rond de 0,10 euro per kWh), de opslag duurzame energie (ODE), een leveranciersopslag (meestal 0,01 tot 0,04 euro per kWh) en 21% btw over het totaal.

De leveranciersopslag is de marge van je energiebedrijf. Bij een dynamisch contract is die opslag transparant en laag, want de leverancier draagt geen inkooprisico. Dat risico ligt bij jou. Als de beurs hoge prijzen noteert, betaal je meer. Bij lage prijzen betaal je minder. De leverancier verdient altijd hetzelfde per kWh, ongeacht de marktprijs.

Dit is het grote verschil met een vast of variabel contract. Bij een vast contract schat de leverancier de gemiddelde prijs in, telt daar een risico-opslag bij op en rekent je een vlak tarief. Bij een variabel contract wordt het tarief maandelijks of per kwartaal aangepast op basis van de gemiddelde marktprijs. Bij een dynamisch contract volg je de markt uur voor uur.

[Link naar intern: dynamisch energiecontract vergelijken]

Hoe verschilt jouw rekening per seizoen?

De seizoenspatronen op de spotmarkt werken rechtstreeks door in je energierekening. In de lente en zomer, als de zon veel schijnt en de vraag lager is, liggen de gemiddelde dagprijzen lager. In de herfst en winter, als het vroeg donker wordt en de verwarming aanstaat, stijgen de prijzen. Het verschil kan oplopen tot een factor twee of drie tussen een gemiddelde julidag en een gemiddelde januaridag.

Slimme verbruikers passen hun gedrag aan. Wassen en drogen als de zon schijnt. De auto opladen ’s nachts als de prijs het laagst is. De vaatwasser uitstellen tot na middernacht. Met een dynamisch contract en een beetje flexibiliteit kun je tientallen euro’s per maand besparen ten opzichte van het gemiddelde spotprijsniveau.

Prijsgeschiedenis: hoe de Nederlandse stroomprijs zich ontwikkeld heeft

De EPEX-spotmarkt bestaat in zijn huidige vorm sinds 2009, toen de Nederlandse markt werd geintegreerd in het Europese platform. Sindsdien heeft de stroomprijs flinke schommelingen doorgemaakt.

2015-2019: stabiele jaren
De gemiddelde dagprijs schommelde tussen de 30 en 50 euro per MWh (3 tot 5 cent per kWh). Gas was goedkoop, de economie draaide op kruissnelheid, en hernieuwbare energie groeide gestaag maar was nog geen dominante factor. Negatieve prijzen kwamen zelden voor.

2020: coronadip
De pandemie drukte de vraag naar stroom, vooral bij de industrie. De gemiddelde prijs daalde tot rond de 30 euro per MWh. Op sommige dagen zakte de prijs naar recordlaagte. Het aantal uren met negatieve prijzen steeg duidelijk.

2021-2022: de energiecrisis
Dit was de periode die de energiemarkt op zijn kop zette. Russische gasleveringen vielen weg na de invasie van Oekraine. De gasprijs explodeerde, en omdat gas de marginale centrale is in de merit order, schoot de stroomprijs mee omhoog. In augustus 2022 bereikte de day-ahead prijs een piek van meer dan 500 euro per MWh in Nederland. De gemiddelde prijs over 2022 lag boven de 200 euro per MWh. Consumenten met een variabel contract zagen hun maandbedrag verdubbelen of verdrievoudigen.

2023-2024: normalisatie
De gasprijs daalde geleidelijk door LNG-importen, een milde winter en verminderde industriële vraag. De stroomprijs volgde. Het gemiddelde daalde naar 70-90 euro per MWh, nog boven het pre-crisisniveau maar een stuk lager dan de pieken van 2022.

2025-2026: het nieuwe normaal
De gemiddelde spotprijs ligt in de eerste maanden van 2026 rond de 60-80 euro per MWh. Meer windparken op de Noordzee drukken de prijs in winderige periodes. Het aantal negatieve uren neemt toe. De piekprijzen zijn lager dan in de crisisjaren, maar de volatiliteit blijft hoog. De stroomprijs schommelt op een doorsnee dag gemakkelijk tussen de 2 en 15 cent per kWh, exclusief belastingen.

Wat kun je hieruit leren?

De prijsgeschiedenis laat zien dat de spotmarkt op lange termijn richting lagere gemiddelde prijzen beweegt, maar met grotere schommelingen. Meer hernieuwbare energie zorgt voor meer uren met lage of negatieve prijzen, maar ook voor pieken als de zon niet schijnt en de wind niet waait. Voor dynamische contracthouders betekent dit: het besparingspotentieel groeit, maar de onvoorspelbaarheid ook.

De invloed van wind en zon op de stroomprijs

Hernieuwbare energie heeft de werking van de Europese stroombeurs fundamenteel veranderd. Twintig jaar geleden werd de stroomprijs grotendeels bepaald door de kosten van fossiele brandstoffen. Nu is de hoeveelheid beschikbare wind- en zonne-energie minstens zo belangrijk.

Het mechanisme is helder. Wind en zon hebben marginale productiekosten van bijna nul. Elke megawatt hernieuwbare stroom die het net op gaat, duwt een duurdere fossiele megawatt uit de merit order. Hoe meer zon en wind, hoe lager de prijs. Dit effect heet het merit-order effect en het is meetbaar: op dagen met veel hernieuwbare productie is de gemiddelde spotprijs structureel lager dan op dagen zonder.

In Nederland is de groei van offshore windparken de grootste factor. Het windpark Hollandse Kust Zuid (1,5 GW), Hollandse Kust West (1,4 GW) en de geplande uitbreidingen richting 2030 (totaal 21 GW) voegen enorme hoeveelheden goedkope stroom toe aan het systeem. Op stormdagen kan wind alleen al meer dan de helft van de Nederlandse vraag dekken.

Zonne-energie speelt vooral ’s middags een rol. Nederland had begin 2026 ruim 25 GW aan opgesteld zonnepanelenvermogen. Op een zonnige middag in mei of juni levert dat meer stroom dan het hele land op dat moment verbruikt. Het overschot drukt de beursprijs naar nul of daaronder.

De keerzijde: als het niet waait en niet schijnt, valt die goedkope stroom helemaal weg. Dan moeten gascentrales het overnemen en stijgt de prijs. Dit verklaart de toenemende volatiliteit op de spotmarkt. De spreiding tussen het laagste en hoogste uur op een dag wordt steeds groter. In 2020 was het verschil op een gemiddelde dag misschien 3 cent per kWh. In 2026 kan dat verschil oplopen tot 10-15 cent op een dag met wisselend weer.

Externe bron: de actuele day-ahead prijzen zijn te volgen via de website van EPEX SPOT.

Ons advies voor jou

De EPEX-spotmarkt is geen abstract concept voor energiehandelaren. Als je een dynamisch contract hebt, of overweegt er een te nemen, is het de motor achter je energierekening. Een basiskennis van hoe de beurs werkt, helpt je om slimmer met je verbruik om te gaan.

Kijk eens naar de uurprijzen in de app van je leverancier. Je zult patronen herkennen: ’s nachts goedkoop, ’s ochtends duurder, ’s middags in de zomer weer goedkoop door zon, ’s avonds een piek. Als je je zware apparaten verschuift naar de goedkope uren, bespaar je zonder dat je comfort inlevert.

Begrijp ook dat de markt seizoensgebonden werkt. In de winter is stroom gemiddeld duurder. Plan daar financieel op. Houd een buffer aan voor maanden met hogere prijzen. En als je zonnepanelen hebt: je levert terug op momenten dat de prijs vaak laag of negatief is (zonnige middagen). Een thuisbatterij of slim laden van een elektrische auto kan je helpen om meer waarde uit je eigen opwek te halen.

De stroombeurs is geen vijand en geen vriendje. Het is een mechanisme. Hoe beter je het begrijpt, hoe beter je ervan kunt profiteren.

Een laatste tip

Volg niet alleen de prijs, maar ook het weer. De spotmarkt reageert direct op weersverwachtingen. Een stormdepressie die over de Noordzee trekt, betekent morgen lage prijzen. Een windstille winterweek met vorst betekent hoge prijzen. Apps als Windy of Buienradar geven je een voorproefje van wat de stroombeurs morgen gaat doen. Combineer de weersvoorspelling met de uurprijzen in je energie-app en je hebt een gratis hulpmiddel om je verbruik te plannen. Dat kost je vijf minuten per dag en kan tientallen euro’s per maand schelen.